Art. 1 Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie

Mandaatregeling niet-beheersaangelegenheden openbaar ministerie

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. minister: de Minister van Veiligheid en Justitie;

b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

c. secretaris-generaal: de secretaris-generaal van het Ministerie van Veiligheid en Justitie;

d. College: het College van procureurs-generaal.

2. Deze regeling heeft geen betrekking op aangelegenheden die het beheer van het openbaar ministerie betreffen.