Art. 21 Besluit burgerluchthavens, Aanwijzing luchtvaartuigen die mogen opstijgen of landen van een terrein niet zijnde een luchthaven
Als luchtvaartuig als bedoeld in artikel 8a.51 van de wet worden aangewezen:
a. helikopters;
b. gemotoriseerde schermvliegtuigen;
c. zweefvliegtuigen;
d. micro light aeroplanes;
e. RPA’s waarvan de totale massa meer dan 25 kilogram maar niet meer dan 150 kilogram bedraagt;
f. vliegtuigen die deelnemen aan een luchtvaartvertoning;
g. watervliegtuigen;
h. landbouwluchtvaartuigen;
i. luchtschepen die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een afmeting hebben van meer dan 5 meter of een inhoud van meer dan 4 kubieke meter;
j. paramotortrikes.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 17 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2256
- ABRvS 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3054
- ABRvS 22 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3196
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 december 2014, ECLI:NL:RBZWB:2014:8878
- Rb. 's-Gravenhage 3 maart 2011, ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5661
- Rb. Gelderland 29 januari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:352
- Rb. Gelderland 31 maart 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1801