Art. 21 Besluit burgerluchthavens, Aanwijzing luchtvaartuigen die mogen opstijgen of landen van een terrein niet zijnde een luchthaven

Besluit burgerluchthavens

Als luchtvaartuig als bedoeld in artikel 8a.51 van de wet worden aangewezen:

a. helikopters;

b. gemotoriseerde schermvliegtuigen;

c. zweefvliegtuigen;

d. micro light aeroplanes;

e. RPA’s waarvan de totale massa meer dan 25 kilogram maar niet meer dan 150 kilogram bedraagt;

f. vliegtuigen die deelnemen aan een luchtvaartvertoning;

g. watervliegtuigen;

h. landbouwluchtvaartuigen;

i. luchtschepen die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een afmeting hebben van meer dan 5 meter of een inhoud van meer dan 4 kubieke meter;

j. paramotortrikes.

Uitspraken die dit artikel aanhalen