Rb. Gelderland 29 januari 2018, ECLI:NL:RBGEL:2018:352
De burgemeester van Renkum is gevraagd om drie verklaringen van geen bezwaar op grond van de Regeling burgerluchthavens. Aanvragen zijn ingediend om met een paramotor te kunnen opstijgen vanaf drie terreinen in het uiterwaardengebied bij Oosterbeek. De burgemeester stelt dat hij niet bevoegd is om de verklaringen van geen bezwaar af te geven. Hij is van mening dat de aanvragen zien op terreinen die niet zijn aan te merken als een luchthaven. Artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart definieert een luchthaven als een terrein geheel of gedeeltelijk bestemd voor het opstijgen en het landen van luchtvaartuigen. De rechtbank is van oordeel dat voor de vraag of een terrein is bestemd voor het opstijgen en het landen met een paramotor bepalend is of het terrein daarvoor feitelijk geschikt is. Dat is hier het geval. De burgemeester heeft zich daarom ten onrechte niet bevoegd geacht om op de aanvragen te beslissen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14 LVW
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 1.1 WLV
- Artikel 8.1 WLV
- Artikel 8.1a WLV
- Artikel 8a.51 WLV
- Artikel 20 Besluit burgerluchthavens
- Artikel 21 Besluit burgerluchthavens
- Artikel 1 Regeling burgerluchthavens
- Artikel 18 Regeling burgerluchthavens
- Artikel 1 Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen
- Artikel 20 Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen