Art. 11 Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML, Intrekking AML en Part-66 AML

Regeling bijzondere bevoegdverklaringen AML en Part-66-AML

1. Vanaf het tijdstip van intrekking mag de houder die bevoegdheden, waarop de intrekking van de AML of de Part-66-AML betrekking heeft, niet uitoefenen.

2. De Minister neemt het bewijs van bevoegdheid in en geeft, in geval van gedeeltelijke intrekking, een nieuw bewijs van bevoegdheid af.

Uitspraken die dit artikel aanhalen