Art. 28 Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007, Het door middel van meting vaststellen van concentraties van zwaveldioxide in de buitenlucht

Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007

1. Per meetpunt voor de meting van concentraties van zwaveldioxide in de buitenlucht worden uurgemiddelde en vierentwintig-uurgemiddelde concentraties bepaald.

2. Indien per etmaal minder dan achttien uurgemiddelde concentraties beschikbaar zijn, wordt geen vierentwintig-uurgemiddelde concentratie bepaald, tenzij op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties overschrijding van de in bijlage 2, voorschrift 1.1, onder b, van de wet genoemde vierentwintig-uurgemiddelde concentratie kan worden aangetoond.

3. Het aantal gevalideerde uurwaarden per kalenderjaar bedraagt ten minste 90 procent.

4. Indien minder dan 90 procent gevalideerde uurwaarden per kalenderjaar beschikbaar zijn, wordt op grond van de beschikbare uurgemiddelde concentraties bepaald of de in bijlage 2, voorschrift 1.1 en 1.2, van de wet genoemde waarden zijn overschreden.

5. Uurgemiddelde concentraties waarvan aannemelijk is dat de afwijking ten opzichte van de werkelijke concentratie groter is dan bepaald in artikel 29, tweede of derde lid, worden niet gebruikt.