Art. 3.46 Barim, Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen
Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)
1. Het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen vindt plaats op ten minste:
a. 100 meter afstand tot een geurgevoelig object dat binnen de bebouwde kom is gelegen, of
b. 50 meter afstand tot een geurgevoelig object dat buiten de bebouwde kom is gelegen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van agrarische bedrijfsstoffen, indien de plaats waar deze bedrijfsstoffen zijn opgeslagen, is gelegen binnen een van de afstanden genoemd in dat lid, het opslaan reeds voor 1 januari 2013 plaatsvond en verplaatsing van de opgeslagen bedrijfsstoffen redelijkerwijs niet kan worden gevergd.
3. Indien het tweede lid van toepassing is:
a. treft degene die de inrichting drijft maatregelen of voorzieningen die geurhinder voorkomen of tot een aanvaardbaar risico beperken, en
b. geeft degene die de inrichting drijft op verzoek van het bevoegd gezag aan welke maatregelen of voorzieningen hij daartoe heeft getroffen of zal treffen.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op het opslaan van vaste dierlijke meststoffen die niet afkomstig zijn van landbouwhuisdieren. Het opslaan van vaste dierlijke meststoffen die niet afkomstig zijn van landbouwhuisdieren vindt plaats:
a. in een afgesloten voorziening voor een periode van ten hoogste twee weken, of
b. op ten minste 50 meter afstand tot een geurgevoelig object.
5. In afwijking van het eerste lid vindt het opslaan van kuilvoer plaats op ten minste 25 meter afstand tot een geurgevoelig object.
6. Indien de afstand van het opslagen kuilvoer, niet zijnde knolgewassen, wortelgewassen of fruit, tot een geurgevoelig object minder dan 50 meter bedraagt, is het opslagen kuilvoer afgedekt, behoudens de periode dat veevoeder aan de veevoederopslag wordt toegevoegd of onttrokken.
7. De afstanden, genoemd in het eerste lid en vierde tot en met zesde lid, worden gemeten vanaf de buitenzijde van het geurgevoelig object tot het dichtstbijzijnde punt van de plaats waar de agrarische bedrijfsstoffen zijn opgeslagen.
8. Het bevoegd gezag kan, indien blijkt dat de geurhinder een aanvaardbaar niveau overschrijdt, onverminderd artikel 2.7a, bij maatwerkvoorschrift eisen stellen aan:
a. de situering van de plaats van de opgeslagen bedrijfsstoffen;
b. het afdekken van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen, of
c. de frequentie van de afvoer van de opgeslagen agrarische bedrijfsstoffen.
9. Het eerste lid en vierde tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op in plastic folie verpakte veevoederbalen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 10 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2460
- ABRvS 1 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2576
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:758
- Rb. Noord-Nederland 30 augustus 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:3775
- ABRvS 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2401
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:764
- ABRvS 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2315
- ABRvS 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:249
- ABRvS 20 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ1688
- ABRvS 4 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1006
- ABRvS 28 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:826
- ABRvS 13 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:51
- ABRvS 17 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2558
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:759
- ABRvS 26 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4228
- ABRvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3166
- Rb. Oost-Brabant 10 januari 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:82
- ABRvS 4 september 2026, ECLI:NL:RVS:2026:5235
- ABRvS 23 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2772
- ABRvS 13 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:760