Art. 3.118 Barim, Houden van landbouwhuisdieren in dierenverblijven
Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)
1. De artikelen 3.115 tot en met 3.117 zijn niet van toepassing, voor zover bij verordening op grond van artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij andere waarden of afstanden zijn vastgesteld. In dat geval vindt het oprichten, uitbreiden of wijzigen van een dierenverblijf niet plaats, indien na die oprichting, uitbreiding of wijziging de geurbelasting die de inrichting vanwege dierenverblijven waar dieren met geuremissiefactor worden gehouden veroorzaakt op geurgevoelige objecten, groter is dan de in de verordening vastgestelde belasting dan wel, indien binnen de inrichting de afstand tussen enig dierenverblijf waar dieren zonder geuremissiefactor worden gehouden en een geurgevoelig object kleiner is dan in de verordening vastgestelde afstand.
2. Artikel 3.115, tweede lid, onderdeel b, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de totale geurbelasting na de uitbreiding niet meer bedraagt dan het gemiddelde van de in de verordening vastgelegde waarde en de geurbelasting die de inrichting voorafgaand aan het toepassen van de maatregel veroorzaakte.
3. De tweede volzin van het eerste lid is niet van toepassing op het oprichten, uitbreiden of wijzigen van een dierenverblijf, indien voorafgaand aan het tijdstip waarop een aanhoudingsbesluit als bedoeld in artikel 7 van de Wet geurhinder en veehouderij is genomen, of indien een dergelijk aanhoudingsbesluit niet is genomen, voor het tijdstip dat een verordening als bedoeld in artikel 6 van die wet is vastgesteld, een vergunning op grond van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor die oprichting of uitbreiding onherroepelijk is geworden.
4. De tweede volzin van het eerste lid is niet van toepassing op het oprichten, uitbreiden of wijzigen van een dierenverblijf, indien:
a. bij een dierenverblijf als bedoeld in artikel 3.115 de geurbelasting die de inrichting op enig geurgevoelig object veroorzaakt niet toeneemt en het aantal dieren per diercategorie met geuremissiefactor binnen de inrichting niet toeneemt;
b. bij een dierenverblijf als bedoeld in artikel 3.116 de geurbelasting die de inrichting op enig geurgevoelig object veroorzaakt niet toeneemt en het aantal dieren per diercategorie met geuremissiefactor binnen de inrichting niet toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object niet afneemt, indien die kleiner is dan de afstand, bedoeld in het eerste lid, of
c. bij een dierenverblijf als bedoeld in artikel 3.117 het aantal dieren per diercategorie zonder geuremissiefactor binnen de inrichting niet toeneemt en de afstand tot een geurgevoelig object niet afneemt, indien die kleiner is dan de afstand, bedoeld in het eerste lid.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:452
- ABRvS 4 november 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3394
- ABRvS 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:817
- ABRvS 15 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:121
- ABRvS 19 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1969
- ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1355
- ABRvS 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2887
- ABRvS 25 mei 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1495
- ABRvS 24 februari 2016, ECLI:NL:RVS:2016:484
- ABRvS 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1368
- ABRvS 18 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2836
- Rb. Oost-Brabant 2 november 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:5366
- ABRvS 18 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1293
- ABRvS 1 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:548