Art. 2.23 Barim, Trillinghinder
Activiteitenbesluit milieubeheer (Barim)
1. Trillingen, veroorzaakt door de tot de inrichting behorende installaties of toestellen alsmede de tot de inrichting toe te rekenen werkzaamheden of andere activiteiten, bedragen in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten, met uitzondering van geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten gelegen op een gezoneerd industrieterrein, niet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 2 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» van de Stichting Bouwresearch Rotterdam, voor de gebouwfunctie wonen.
2. De waarden gelden niet indien de gebruiker van de geluidsgevoelige ruimten of verblijfsruimten geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van trillingmetingen.
3. Het bevoegd gezag kan bij maatwerkvoorschrift het eerste lid niet van toepassing verklaren en een andere trillingsterkte toelaten. Deze trillingsterkte is niet lager dan de streefwaarden die zijn gedefinieerd voor de gebouwfunctie wonen in de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» van de Stichting Bouwresearch Rotterdam.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Rotterdam 19 juli 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:6402
- ABRvS 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:530
- ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1709
- ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3429
- ABRvS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1673
- ABRvS 18 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1178
- ABRvS 20 november 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK4322
- ABRvS 17 september 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BF1006
- Rb. Rotterdam 12 februari 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1019