ABRvS 23 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3429

Bij besluit van 10 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verzoek van [appellant] tot het vaststellen van maatwerkvoorschriften voor ijssalon BitterKoud afgewezen. [appellant] woont in Den Haag aan de [locatie]. In hetzelfde pand, op de begane grond en onder de woning, bevindt zich ijssalon BitterKoud. Die ijssalon wordt geëxploiteerd door [partij A]. Het pand is eigendom van [partij B] en [partij C]. [appellant] ervoer overlast van de ijssalon. Daarom heeft hij het college verzocht om maatwerkvoorschriften vast te stellen op grond van het Activiteitenbesluit. Het college heeft dit geweigerd en die weigering in stand gelaten bij het besluit van 13 januari 2021. De rechtbank heeft dat besluit vernietigd, omdat het college naar haar oordeel niet (deugdelijk) heeft gemotiveerd waarom de door [appellant] gestelde geur- en trillinghinder geen aanleiding geeft tot het stellen van een maatwerkvoorschrift. Maar de rechtbank heeft de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten, omdat de nadere toelichting die het college tijdens de zitting van de rechtbank heeft gegeven, hiervoor naar het oordeel van de rechtbank alsnog een toereikende motivering biedt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken