Art. 21 Pachtprijzenbesluit 2007, (verzoek herziening)
Indien de pachter of de verpachter de grondkamer verzoekt de tegenprestatie te herzien op grond van artikel 333, tweede of derde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt de grondkamer de hoogst toelaatbare pachtprijs:
a. ten aanzien van een bij de inwerkingtreding van dit besluit bestaande overeenkomst voor land zonder woningen of andere opstallen, door de hoogst toelaatbare pachtprijs berekend overeenkomstig de normen die op grond van het Pachtnormenbesluit 1995 golden op 31 augustus 2007 te wijzigen met de veranderpercentages, die krachtens artikel 2, tweede lid, worden vastgesteld, met inachtneming van de artikelen 2a, 2b en 3;
b. ten aanzien van een na de inwerkingtreding van dit besluit aangegane overeenkomst, voor land zonder woningen of andere opstallen op de hoogst toelaatbare pachtprijs, bedoeld in artikel 2, eerste lid, met inachtneming van artikel 3;
c. ten aanzien van overeenkomsten voor agrarische bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de bij of krachtens de artikelen 16 tot en met 20 gestelde regels;
d. ten aanzien van overeenkomsten voor een tot een boerderij of tuinderij behorende woning of woongedeelte en voor een tot de boerderij of tuinderij behorende arbeiders- of dienstwoning met inachtneming van de bij of krachtens artikel 14 gestelde regels.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Arnhem-Leeuwarden 8 april 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:2173
- Centrale Grondkamer 9 april 2026, ECLI:NL:CG:2026:3
- Centrale Grondkamer 3 september 2026, ECLI:NL:CG:2026:10
- Centrale Grondkamer 30 november 2023, ECLI:NL:CG:2023:5
- Centrale Grondkamer 29 juni 2023, ECLI:NL:CG:2023:11
- Centrale Grondkamer 20 oktober 2022, ECLI:NL:CG:2022:3
- Centrale Grondkamer 22 april 2021, ECLI:NL:CG:2021:1
- Centrale Grondkamer 14 januari 2020, ECLI:NL:CG:2020:1
- Centrale Grondkamer 6 februari 2012, ECLI:NL:CG:2012:1