Art. 45 Gnw, De handelsvergunning
1. Het College verleent een handelsvergunning voor een geneesmiddel, niet zijnde een kruidengeneesmiddel als bedoeld in artikel 42, achtste lid, indien na onderzoek van de overgelegde gegevens en bescheiden blijkt dat:
a. de afweging van voordelen en risico’s gunstig uitvalt,
b. het geneesmiddel de gestelde therapeutische werking bezit,
c. het geneesmiddel de opgegeven kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling bezit, en
d. de tot staving van de aanvraag verstrekte gegevens of bescheiden in overeenstemming zijn met het bij of krachtens deze wet ter zake bepaalde.
2. Het College verleent een handelsvergunning voor een kruidengeneesmiddel als bedoeld in artikel 42, achtste lid, – hierna te noemen handelsvergunning voor een traditioneel kruidengeneesmiddel – indien na onderzoek blijkt dat:
a. aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 42, achtste lid, is voldaan,
b. het middel in normale gebruiksomstandigheden onschadelijk is,
c. het middel farmacologische effecten of een werkzaamheid heeft,
d. de farmaceutische kwaliteit afdoende is aangetoond en
e. het middel geen homeopathisch geneesmiddel als bedoeld in artikel 42, derde lid, betreft.
3. De aanvrager of houder van een handelsvergunning is verantwoordelijk voor de juistheid van de ingediende gegevens en bescheiden.
4. Het College betrekt in zijn beoordeling van een aanvraag om een handelsvergunning voor een traditioneel kruidengeneesmiddel door het Comité voor kruidengeneesmiddelen opgestelde communautaire kruidenmonografieën en, zonodig, handelsvergunningen of soortgelijke vergunningen die in een andere lidstaat zijn verleend.
5. Het College stelt de Commissie alsmede de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat die daarom verzoekt, in kennis van een door hem genomen beslissing tot weigering van een handelsvergunning voor een traditioneel kruidengeneesmiddel.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 1 mei 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ9094
- ABRvS 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2947
- ABRvS 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1354
- Rb. Gelderland 30 juni 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4239
- ABRvS 4 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:359
- ABRvS 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2626
- ABRvS 30 juni 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1386
- ABRvS 14 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1550
- ABRvS 18 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3061
- ABRvS 18 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3057
- Rb. Zwolle-Lelystad 13 januari 2012, ECLI:NL:RBZLY:2012:BV0935
- Rb. Oost-Nederland 28 maart 2013, ECLI:NL:RBONE:2013:2625
- Rb. Noord-Holland 27 december 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:12077
- Rb. Haarlem 11 december 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6852
- Rb. Amsterdam 14 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2976
- Rb. Alkmaar 18 november 2010, ECLI:NL:RBALK:2010:BO4415
- Hof Arnhem-Leeuwarden 4 juli 2017, ECLI:NL:GHARL:2017:5578