Art. 58 Penw., Gelijke behandeling bij toeslagen
1. Indien een ouderdomspensioenrecht van een gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest wordt verhoogd door middel van een toeslag, wordt het ouderdomspensioenrecht van een gepensioneerde die wel gewezen deelnemer is geweest in dezelfde mate verhoogd indien zij in dezelfde pensioenregeling hebben deelgenomen.
2. Indien een recht op partnerpensioen van de partner van een overleden gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest wordt verhoogd door middel van een toeslag, worden de partnerpensioenrechten: in dezelfde mate verhoogd, mits deze rechten voortvloeien uit een pensioenovereenkomst die gebaseerd is op dezelfde pensioenregeling als die van de overleden gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest.
a. ten behoeve van de partners van overleden gepensioneerden die gewezen deelnemer zijn geweest;
b. ten behoeve van de partners van overleden gewezen deelnemers;
c. ten behoeve van de partners van overleden deelnemers; en
d. van de gewezen partners met een bijzonder partnerpensioen;
3. Indien een ouderdomspensioenrecht wordt verhoogd door middel van een toeslag, wordt de aanspraak op ouderdomspensioen van een gewezen deelnemer die in dezelfde pensioenregeling heeft deelgenomen in dezelfde mate verhoogd.
4. Indien een aanspraak op partnerpensioen van een gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest wordt verhoogd door middel van een toeslag, worden de partnerpensioenaanspraken: in dezelfde mate verhoogd, mits deze aanspraken voortvloeien uit een pensioenovereenkomst die is gebaseerd op dezelfde pensioenregeling als die van de gepensioneerde die geen gewezen deelnemer is geweest.
a. ten behoeve van de partner van een gepensioneerde die wel gewezen deelnemer is geweest;
b. ten behoeve van de partner van een gewezen deelnemer; en
c. van de gewezen partner van de gewezen deelnemer met een bijzonder partnerpensioen;
5. Bij de verlening van toeslagen op partnerpensioen wordt geen onderscheid gemaakt tussen partners.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 23 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1267
- Hof Den Haag 9 februari 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:136
- Hof Den Haag 9 juli 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1077
- Rb. Midden-Nederland 21 juli 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:5055
- Conclusie A-G ILSINK 12 oktober 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4525
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7391
- Hof Amsterdam 12 april 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BQ1767
- Hof Amsterdam 7 juli 2009, ECLI:NL:GHAMS:2009:BK4853
- CRvB 11 september 1980, ECLI:NL:CRVB:1980:AM5745