Art. 4.4 Wet ruimtelijke ordening, Algemene regels en aanwijzingen van het Rijk
1. Indien nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister:
a. een gemeenteraad een aanwijzing geven binnen een daarbij te bepalen termijn een bestemmingsplan vast te stellen overeenkomstig daarbij gegeven voorschriften omtrent de inhoud van dat bestemmingsplan;
b. provinciale staten een aanwijzing geven binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden toepassing te geven aan artikel 4.1;
c. gedeputeerde staten een aanwijzing geven binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste drie maanden toepassing te geven aan artikel 4.2.
2. Er wordt niet overgegaan tot toepassing van het eerste lid, dan na overleg met burgemeester en wethouders onderscheidenlijk gedeputeerde staten en niet eerder dan vier weken nadat de Tweede Kamer der Staten-Generaal in kennis is gesteld van het voornemen tot het nemen van het besluit.
3. Bij de toepassing van het eerste lid kan Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister, tevens verklaren dat een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid door de gemeente wordt voorbereid. Artikel 3.7, eerste tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing. Bij de vormgeving en beschikbaarstelling van het voorbereidingsbesluit wordt overeenkomstige toepassing gegeven aan de krachtens artikel 3.7, achtste lid, gestelde regels. Een door Onze Minister of Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister vastgesteld voorbereidingsbesluit wordt gelijkgesteld met een door de gemeenteraad vastgesteld voorbereidingsbesluit.
4. Op de voorbereiding van een besluit tot aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
5. De bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur gegeven regels, bedoeld in artikel 4.2, vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 15 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ2650
- ABRvS 27 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW9560
- ABRvS 9 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2523
- ABRvS 6 juli 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BR0564
- ABRvS 12 augustus 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ5109
- ABRvS 7 december 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BU7100
- ABRvS 31 juli 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ4611
- Rb. 's-Hertogenbosch 17 juli 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BX1691
- Rb. Rotterdam 27 oktober 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:9532
- Rb. Limburg 20 februari 2025, ECLI:NL:RBLIM:2025:1597
- Rb. Den Haag 21 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:11971