Rb. 's-Hertogenbosch 17 juli 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BX1691

Verweerder heeft met toepassing van afdeling 3.4 Awb een omgevingsvergunning verleend aan vergunninghouder voor het bouwen van een caravanloods. De voorzieningenrechter beoordeelt of verzoeker belanghebbende is en in dat verband of sprake is van een verzoeker toevertrouwd belang (art. 1:2 lid 2 Awb). Het beleid van verzoeker is gericht op het zoveel mogelijk tegengaan van niet aan het buitengebied gebonden bedrijven in het buitengebied. Hiertoe is art. 11.6 opgenomen in de Verordening Ruimte Noord-Brabant 2011. Het bedrijf van vergunninghouder is een niet aan het buitengebied gebonden bedrijf. Verzoeker heeft gesteld dat er strijd is met art. 11.6 van de Verordening. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee sprake van een provinciaal belang dat aan verzoeker is toevertrouwd. De voorzieningenrechter vindt steun voor dit oordeel in de uitspraak ABRS, 20-06-2012, 201009437/1/R2 (LJN: BW8874), overweging 2.9 waarin de Afdeling de bevoegdheid van verzoeker heeft aangenomen tot het geven van een reactieve aanwijzing om strijd met hetzelfde provinciale beleid en art. 11.6 van de Verordening te voorkomen. Verzoeker heeft aangevoerd dat verweerder de procedure heeft gevoerd in strijd met art. 6.12 lid 1 Bor en art. 3.13 lid 1 Wabo, waardoor verzoeker de mogelijkheid is onthouden om op grond van art. 3.13 lid 2 een aanwijzing te kunnen geven die ertoe strekt dat de desbetreffende onderdelen geen deel blijven uitmaken van de beschikking op de aanvraag en verzoeker genoodzaakt werd tot het voeren van deze procedure. De grief inzake de bekendmaking van het bestreden besluit in strijd met art. 3.13 lid 1 Wabo heeft betrekking hebben op mogelijke onregelmatigheden van na de datum van het bestreden besluit en kunnen reeds om die reden de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten. De voorzieningenrechter vindt steun voor dit oordeel in de vaste rechtspraak van de Afdeling inzake soortgelijke grieven in bestemmingsplanprocedures (ABRS 13-06-2006, 201109283/1/R3 (LJN: BW8173), overweging 2.3.5. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat verweerder het bestreden besluit heeft voorbereid in strijd met art. 6:12 lid 1 Bor, waarin is bepaald dat het bevoegd gezag het ontwerpbesluit op aanvragen als de onderhavige met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor de beoordeling van het ontwerp toezendt aan gedeputeerde staten. Omdat verzoeker hiermee de mogelijkheid is onthouden om zienswijzen kenbaar te maken, is het verzoeker eveneens onmogelijk gemaakt om gebruik te maken van zijn bevoegdheid ingevolge art. 3.13 lid 2 Wabo. Hierdoor is verzoeker in zijn belangen geschaad, nu de enige mogelijkheid die verzoeker restte om de hem toevertrouwde provinciale belangen te beschermen, bestond uit het instellen van beroep en het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening, daar waar verzoeker anders had kunnen volstaan met het geven van een reactieve aanwijzing. De voorzieningenrechter neemt hierbij in aanmerking dat de wetgever niet voor niets art. 3.13 Wabo heeft opgenomen. Daarom leidt de schending van art. 6.12 lid 1 Bor tot vernietiging van het bestreden besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen