Art. 3.34 Wet ruimtelijke ordening, Provinciale coördinatieregeling
1. Indien een bestuursorgaan, uitgezonderd een bestuursorgaan van het Rijk, dat in eerste aanleg bevoegd is een besluit als bedoeld in artikel 3.33, eerste lid, onder a of b, te nemen, niet of niet tijdig overeenkomstig de aanvraag beslist, dan wel een beslissing neemt die naar het oordeel van gedeputeerde staten wijziging behoeft, kunnen gedeputeerde staten een beslissing nemen. In dat geval treedt dit besluit in de plaats van het besluit van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan. Indien gedeputeerde staten voornemens zijn zelf een beslissing te nemen, plegen zij overleg met het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd is te beslissen.
2. Indien bij toepassing van het eerste lid de beslissing op een aanvraag wordt genomen door gedeputeerde staten, stort het bestuursorgaan dat in eerste aanleg bevoegd was te beslissen op de aanvraag, de ter zake ontvangen rechten in de kas van de provincie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4442
- ABRvS 4 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2225
- ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1446
- ABRvS 12 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2674
- ABRvS 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4415
- ABRvS 12 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1883
- Rb. Gelderland 12 oktober 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:5398
- ABRvS 7 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3219
- Rb. Zeeland-West-Brabant 28 april 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:2554
- Rb. Zeeland-West-Brabant 19 december 2022, ECLI:NL:RBZWB:2022:7852
- Rb. Rotterdam 9 maart 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:2918
- Rb. Oost-Brabant 30 december 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:8671
- Rb. Noord-Nederland 8 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1161
- Rb. Noord-Holland 9 november 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9793
- Rb. Gelderland 30 april 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:3392
- Rb. Gelderland 10 mei 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:2673
- Rb. Gelderland 25 juni 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:3081