Art. 4:25 Wft, Zorgvuldige dienstverlening
Wet op het financieel toezicht (Wft)
1. Een financiële onderneming houdt zich bij de behandeling van de deelnemer, de consument of, indien het een financieel instrument of verzekering betreft, de cliënt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid. Onder nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid worden mede verstaan regels met betrekking tot de kosten die de financiële onderneming in rekening brengt indien de deelnemer, consument of cliënt een overeenkomst inzake een financiële dienst of een financieel product beëindigt en een overeenkomst met betrekking tot die financiële dienst onderscheidenlijk dat financieel product aangaat met een andere financiële onderneming.
2. De Autoriteit Financiële Markten kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk, al dan niet voor bepaalde tijd, ontheffing verlenen van het op grond van het eerste lid bepaalde, voorzover dat geen betrekking heeft op het adviseren over financiële instrumenten of het beheren van een individueel vermogen, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die dit artikel beoogt te bereiken anderszins worden bereikt.
3. De voordracht voor een op grond van het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur die strekt tot wijziging van een reeds op grond van dat lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur, wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd, behoudens indien het vaststellen van de algemene maatregel van bestuur naar het oordeel van Onze Minister spoedeisend is.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Hartlief 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358
- Rb. Noord-Nederland 22 juni 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:3078
- Conclusie A-G Hartlief 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359
- Conclusie A-G Wissink 1 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:331
- Rb. Rotterdam 12 maart 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:4087
- Rb. Rotterdam 2 september 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:7381
- Rb. Rotterdam 3 april 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:2413
- Rb. Rotterdam 16 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:10104
- Rb. Rotterdam 16 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:10103
- Rb. Noord-Holland 22 oktober 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:12488
- Rb. Limburg 7 mei 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:4356
- Rb. Amsterdam 23 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:506
- Conclusie A-G Wissink 25 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:309
- Conclusie A-G Wissink 25 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:308
- Hof 's-Hertogenbosch 24 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1060
- Hof Amsterdam 10 februari 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BP5181
- CBb 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:97
- CBb 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:96
- CBb 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:95