CBb 3 mei 2016, ECLI:NL:CBB:2016:95

Bestuurlijke boete van € 250.000 door AFM aan levensverzekeraar (appellante) vanwege het niet voldoen aan de verplichting om een beheerst beloningsbeleid als bedoeld in (het destijds geldende) artikel 86a van het BGfo — Van appellante kon in redelijkheid niet geëist worden, dat haar beloningsbeleid vanaf 1januari 2011 reeds geheel aan de nieuw opgelegde verplichting (van artikel 86a van het BGfo) voldeed, maar kon slechts gevergd worden, dat zij vanaf die datum een voortvarend beleid zou voeren, dat erop gericht was de door haar verstrekte beloningen zodanig aan te passen, dat verwezenlijking van de opgelegde verplichting binnen een redelijke termijn bereikt zou kunnen worden — Zo had AFM eind 2010 appellante schriftelijk en/of in een gesprek kunnen voorlichten over de te verrichten inspanningen en daarbij bijvoorbeeld een termijn van een jaar kunnen geven. Alsdan zou niet kunnen worden uitgesloten dat appellante vervolgens naar genoegen van AFM de beloningen van haar medewerkers zou hebben aangepast. In dat verband wijst het College erop dat in het genoemde persbericht van AFM van 15 september 2010 staat dat AFM momenteel gesprekken voert met een aantal financiële ondernemingen over hun beloningsbeleid en dat zij de komende tijd aandacht zal besteden aan de risico-analyse en de wijze waarop financiële ondernemingen hiermee aan de slag gaan. Door echter het een en ander na te laten en aanstonds over de periode vanaf 1januari 2011 (tot en met 31 december 2011) handhavend op te treden, heeft AFM geen reële mogelijkheid geboden om aan de opgelegde verplichting te voldoen en derhalve redelijkerwijs de onderhavige boete niet kunnen opleggen — herroeping boete

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken