Art. 34a WIA, Voorzieningen ter bevordering en ondersteuning van arbeid als zelfstandige
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan het UWV op aanvraag van de persoon met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking, die arbeid als zelfstandige verricht of gaat verrichten, in het kader van de bevordering van de inschakeling in en ondersteuning bij de arbeid als zelfstandige, voorzieningen kan verstrekken.
2. Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden uitsluitend verstrekt in verband met een naar het oordeel van het UWV structurele functionele beperking die het gevolg is van een ziekte of handicap die:
a. bij de aanvang van de arbeid als zelfstandige aanwezig was, of
b. binnen drie jaar na de aanvang van de arbeid als zelfstandige is ontstaan, indien bij de aanvang van de arbeid als zelfstandige reeds een ziekte of handicap aanwezig was.
3. Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden niet verstrekt of worden beëindigd indien het inkomen van de persoon die arbeid als zelfstandige verricht, na een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal kalenderjaren na de aanvang van de arbeid als zelfstandige, meer bedraagt dan een bij die maatregel vast te stellen bedrag. Bij of krachtens die maatregel wordt tevens bepaald wat onder inkomen als bedoeld in de eerste zin wordt verstaan.
4. Voor de toepassing van dit artikel en de daarop berustende bepalingen wordt, in afwijking van artikel 1, verstaan onder zelfstandige: de persoon die, anders dan in dienstbetrekking, arbeid in eigen bedrijf verricht of een beroep uitoefent, teneinde daarmee inkomen te verwerven.
5. Dit artikel is niet van toepassing op de persoon:
a. die recht heeft op arbeidsondersteuning op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
b. voor zover voor diens ondersteuning bij arbeidsinschakeling op grond van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, of artikel 7a, eerste lid, onderdeel a, of derde lid, van de Participatiewet het college van burgemeester en wethouders zorg draagt of onmiddellijk voorafgaande aan de aanvang van de arbeid als zelfstandige zorg droeg tot het moment dat het inkomen uit die arbeid gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon per uur, vermenigvuldigd met de arbeidsduur welke in overeenkomstige dienstbetrekkingen in de regel geacht wordt een volledige dienstbetrekking te vormen bedraagt.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CRvB 8 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3229
- CRvB 2 oktober 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3355
- Rb. Rotterdam 8 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4373
- Rb. Rotterdam 14 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:12532
- Rb. Zeeland-West-Brabant 23 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6792
- Rb. Rotterdam 27 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13679
- Rb. Rotterdam 9 september 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:8817
- Rb. Noord-Nederland 19 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2675
- Rb. Den Haag 7 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:899
- Rb. Den Haag 27 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16599
- Rb. Den Haag 1 oktober 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:11174
- CRvB 18 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:787
- CRvB 29 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:405