Rb. Noord-Nederland 19 juni 2017, ECLI:NL:RBNNE:2017:2675

Eiseres had bij de aanvang van haar zelfstandige werkzaamheden een gehoorbeperking. Eiser heeft pas na drie jaar een voorziening voor een doventolk aangevraagd, omdat dit toen pas noodzakelijk was geworden door een wijzing van de inhoud van haar werk als zelfstandige. Verweerder heeft de voorziening geweigerd omdat eiseres langer dan drie jaar geleden als zelfstandige is gestart en de voorziening niet is bestemd ter compensatie van ziekten of gebreken, die in de eerste drie jaar van het zelfstandige bestaan van de aanvrager zijn ontstaan. Uit artikel 34a, eerste lid, van de Wet WIA, blijkt dat verweerder op aanvraag van de persoon met een naar het oordeel van verweerder structurele functionele beperking, die arbeid als zelfstandige verricht, in het kader van de bevordering van de inschakeling in en ondersteuning bij de arbeid als zelfstandige, voorzieningen kan verstrekken. Volgens artikel 34a, tweede lid, onder a, van de Wet WIA worden deze voorzieningen uitsluitend verstrekt in verband met een naar het oordeel van verweerder structurele functionele beperking die het gevolg is van een ziekte of handicap die bij de aanvang van de arbeid als zelfstandige aanwezig was. Blijkens de MvT kunnen, wanneer in verband met een ziekte die bij de start aanwezig is en ná afloop van de drie jaar de voorzieningen noodzakelijk worden, deze worden verstrekt. Personen die bij de start als zelfstandige geen ziekte of handicap hadden, komen niet in aanmerking, nu het voor hen om een verzekerbaar risico gaat. Naar het oordeel van de rechtbank gaat verweerder voorbij aan het doel en de strekking van de regeling. Zo gaat verweerder eraan voorbij dat de handicap van eiseres al aanwezig was bij de aanvang van haar zelfstandige werkzaamheden, zodat eiseres zich niet tegen de daaruit voortvloeiende kosten heeft kunnen verzekeren. Ook gaat verweerder voorbij aan de omstandigheid dat eiseres in haar dienstbetrekking jarenlang een voorziening tot vergoeding van de kosten van een doventolk heeft gekregen. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom deze omstandigheid geen reden zou kunnen vormen om aan te nemen dat eiseres als gevolg van haar handicap een structurele functionele beperking heeft, die er ook al was bij de aanvang van de zelfstandige werkzaamheden. Naar het oordeel van de rechtbank doet daaraan niet af dat een eventueel al bij de aanvang van de zelfstandige werkzaamheden aanwezige structurele functionele beperking pas drie jaar daarna een voorziening noodzakelijk maakt. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op de regelgeving en toelichting, niet in redelijkheid tot zijn oordeel kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen