Art. 5.4 Rzv, Bepalingen omtrent de inkomensafhankelijke bijdrage
Regeling zorgverzekering (Rzv)
1. Het percentage, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Zorgverzekeringswet, wordt vastgesteld op 6,10.
2. Het percentage, bedoeld in artikel 45, tweede lid, van de Zorgverzekeringswet, wordt vastgesteld op 4,85.
3. In afwijking van het eerste of tweede lid, wordt het percentage vastgesteld op nihil over bijdrage-inkomen voortvloeiende uit werkzaamheden van een verzekeringsplichtige aan boord van een zeeschip in de zin van het Burgerlijk Wetboek, mits de werkgever of de scheepsbeheerder, bedoeld in artikel 1 van de Wet bemanning zeeschepen, het risico als bedoeld in hoofdstuk 3 van de Zorgverzekeringswet, op grond van een verdragsrechtelijke bepaling of een bepaling die daarop stoelt, in belangrijke mate voor zijn rekening neemt zolang deze verzekeringsplichtige niet is teruggekeerd of heeft kunnen terugkeren naar het land waar hij zijn woonplaats of gewone verblijfplaats heeft.
4. Indien het loon waarover de inhoudingsplichtige inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd is meer bedraagt dan het bedrag, genoemd in artikel 5.2, en is samengesteld uit bestanddelen waarover een verschillend bijdragepercentage is verschuldigd, worden de bestanddelen zodanig toegerekend dat het bijdragepercentage van 6,10 het eerst in aanmerking wordt genomen, en daarna het percentage van 0.
5. Indien het bijdrage-inkomen waarover de verzekeringsplichtige inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd is meer bedraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 5.3, en is samengesteld uit bestanddelen waarover een verschillend bijdragepercentage is verschuldigd, worden de bestanddelen zodanig toegerekend dat het bijdragepercentage van 4,85 het eerst in aanmerking wordt genomen, en daarna het percentage van 0.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Wattel 31 januari 2018, ECLI:NL:PHR:2018:119
- Hof Amsterdam 19 september 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:3474
- Hof Arnhem-Leeuwarden 10 oktober 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:8611
- Hof Arnhem-Leeuwarden 9 januari 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:265
- Rb. Noord-Holland 20 december 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:11086
- Rb. Leeuwarden 29 oktober 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BO3355
- Rb. Breda 16 februari 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7733
- Conclusie A-G Frielink 17 maart 2026, ECLI:NL:PHR:2026:267
- Hof Amsterdam 10 maart 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:606