Art. 41 Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten, Verstrekking van informatie
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
1. Een aanbestedende dienst stelt de gegadigden en inschrijvers zo spoedig mogelijk en desgevraagd schriftelijk in kennis van de beslissingen die zijn genomen inzake de sluiting van een raamovereenkomst, de gunning van een overheidsopdracht of de toelating tot een dynamisch aankoopsysteem, met inbegrip van de redenen waarom hij heeft besloten geen raamovereenkomst te sluiten, een overheidsopdracht waarvoor een aankondiging was gepubliceerd niet te gunnen en de procedure opnieuw te beginnen of geen dynamisch aankoopsysteem in te stellen.
2. Op verzoek van een betrokken partij stelt een aanbestedende dienst iedere afgewezen gegadigde zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing.
3. Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst iedere afgewezen inschrijver zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing, inclusief voor de gevallen, bedoeld in artikel 23, vijfde en zesde lid, de redenen voor zijn beslissing dat er geen gelijkwaardigheid voorhanden is of dat de werken, leveringen of diensten niet aan de functionele en prestatie-eisen voldoen.
4. Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst iedere inschrijver die een aan de eisen beantwoordende inschrijving heeft gedaan, zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving, en van de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst.
5. Een aanbestedende dienst deelt bepaalde gegevens betreffende de gunning van de overheidsopdrachten, de sluiting van raamovereenkomsten of de toelating tot een dynamisch aankoopsysteem als bedoeld in het eerste lid, niet mee indien openbaarmaking van die gegevens de toepassing van de wet in de weg zou staan, met het openbaar belang in strijd zou zijn, de rechtmatige commerciële belangen van ondernemers zou kunnen schaden, of afbreuk aan de eerlijke mededinging tussen hen zou kunnen doen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 14 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM1054
- Rb. Zwolle-Lelystad 12 juni 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BJ6125
- Rb. 's-Gravenhage 7 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6803
- Rb. 's-Gravenhage 28 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW9904
- Rb. 's-Gravenhage 15 januari 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BL1129
- Rb. 's-Gravenhage 16 september 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BF3804
- Rb. 's-Gravenhage 22 april 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3226
- Rb. 's-Gravenhage 8 februari 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BC4557
- Rb. 's-Gravenhage 12 februari 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3586
- Rb. Rotterdam 22 juni 2010, ECLI:NL:RBROT:2010:BN2470
- Rb. Leeuwarden 15 december 2010, ECLI:NL:RBLEE:2010:BO7618
- Rb. Den Haag 23 januari 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ1403
- Conclusie A-G Keus 7 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9233