Art. 41 Ub Wjz, Het uitoefenen van de voogdij

Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg (Ub Wjz)

1. De stichting wijst binnen vijf dagen nadat de voogdij aan haar is opgedragen en zij hiervan in kennis is gesteld, een voogdijwerker aan, en doet hiervan mededeling aan de minderjarige en zijn ouders of anderen die de minderjarige als behorend tot hun gezin verzorgen en opvoeden.

2. In deze mededeling worden tevens opgenomen:

a. de datum van het eerste contact van de voogdijwerker met de minderjarige en

b. de medewerker van de stichting die de voogdijwerker bij afwezigheid vervangt.