Art. 39 Regeling spoorverkeer, Spoorwegemplacementen
Tot een spoorwegemplacement behoren:
a. alle sporen, aangeduid met een cijfer;
b. de spoorgedeeltes van het wisselcomplex; en
c. alle sporen die grenzen aan de sporen als bedoeld in onderdeel a en b, tot een maximale afstand van 200 meter voor het toeleidende sein van het bedoelde emplacement of tot de maximale afstand voor het toeleidende sein zoals aangegeven in de netverklaring.