Art. 33 Regeling spoorverkeer, Het passeren van rode seinen
1. Lichtseinen die rood licht uitstralen mogen voorbijgereden worden indien de treindienstleider toestemming heeft gegeven voor het passeren van een stoptonend sein.
2. Een P-sein dat rood licht uitstraalt mag ook voorbijgereden worden indien geen spreekverbinding met de treindienstleider tot stand kan worden gebracht.
3. Indien het P-sein, bedoeld in het tweede lid, voorbijgereden mag worden, mag ook daaropvolgende P-seinen die rood licht uitstralen voorbijgereden worden.
4. Na het voorbijrijden van een P-sein dat rood licht uitstraalt wordt:
a. met een zodanige snelheid gereden dat de trein in staat is om te kunnen stoppen binnen de afstand waarover de spoorweg is te overzien en deze vrij is; en
b. rekening gehouden met het niet goed functioneren van een overweg.
5. De treindienstleider geeft geen toestemming tot het voorbijrijden van het P-sein dat rood licht uitstraalt, bedoeld in het tweede lid, indien hij op de hoogte is van gevaar achter dit sein.