Art. 3 Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie, Buiten de rijksdienst brengen van bijzondere informatie
Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie
1. Indien het noodzakelijk is bijzondere informatie buiten de rijksdienst te brengen, anders dan op grond van een wettelijke openbaarmakingsverplichting, wordt dit niet gedaan dan nadat is vast gesteld dat voldoende waarborgen aanwezig zijn dat deze bijzondere informatie wordt beveiligd overeenkomstig de in dit voorschrift neergelegde regels door de persoon of instantie buiten de rijksdienst die de bijzondere informatie zal ontvangen.
2. Verstrekking van bijzondere informatie als bedoeld in het eerste lid, vindt niet eerder plaats dan nadat de secretaris-generaal dan wel een door hem daartoe aangewezen ambtenaar heeft vastgesteld dat de persoon of instantie aan wie onderscheidenlijk waaraan de bijzondere informatie wordt verstrekt deze informatie beveiligt overeenkomstig de exclusiviteitseisen die ingevolge dit besluit aan de beveiliging van de desbetreffende categorie bijzondere informatie worden gesteld.
3. Bijzondere informatie die krachtens een internationaal verdrag of een internationale overeenkomst is verkregen wordt uitsluitend na voorafgaande toestemming van het land of de internationale organisatie van herkomst doorgegeven aan een derde land of een andere organisatie.
De werking van dit voorschrift strekt zich niet verder uit dan tot de rijksdienst. Het kan echter noodzakelijk zijn bijzondere informatie ook buiten de rijksdienst te brengen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als opdrachten bij het bedrijfsleven worden geplaatst waarbij gerubriceerde informatie ter beschikking moet worden gesteld. Het voorschrift staat dit alleen toe als er voldoende zekerheid bestaat dat de informatie in overeenstemming met dit voorschrift wordt beveiligd. In de praktijk betekent dit dat er met organisaties die niet tot de rijksdienst behoren afspraken moeten worden gemaakt, waarbij de naleving van de in dit voorschrift vastgelegde beveiligingsregels wordt overeengekomen.
Het derde lid van deze bepaling bevat het ‘derde-landen principe’. Dit principe houdt in dat bijzondere informatie van internationale herkomst niet wordt verstrekt zonder voorafgaande toestemming van het land of de internationale organisatie die de informatie hebben verstrekt. Het ‘derde-landen principe’ vormt een essentiële voorwaarde bij internationale samenwerking. De in het derde lid bedoelde toestemming voor het doorgegeven van bijzondere informatie kan voor bepaalde gevallen vooraf generiek worden verleend.