Art. 3a Bibob, Weigerings- en intrekkingsgrond inzake beschikkingen
Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob)
1. Onder feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder a, en derde lid, onder a, die erop wijzen dat de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten, wordt verstaan:
a. een veroordeling wegens een strafbaar feit;
b. een onherroepelijke strafbeschikking;
c. het vervallen van het recht tot strafvordering op grond van een transactie als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht;
d. een onherroepelijke beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete;
e. een beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete waartegen beroep is ingesteld, waarop de bestuursrechter in eerste aanleg uitspraak heeft gedaan.
2. Wordt een strafbaar feit niet vervolgd of de vervolging niet voortgezet, dan staat dat niet in de weg aan het geheel of ten dele op grond van dat strafbare feit vaststellen van de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid.
3. In geval van een rechterlijke uitspraak houdende vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging, wordt de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, niet op grond van dat strafbare feit vastgesteld.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4759
- ABRvS 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1315
- ABRvS 17 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2399
- Rb. Oost-Brabant 14 februari 2024, ECLI:NL:RBOBR:2024:499
- Rb. Zeeland-West-Brabant 20 november 2025, ECLI:NL:RBZWB:2025:8121
- ABRvS 3 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:657
- Rb. Zeeland-West-Brabant 27 mei 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:4649
- Rb. Rotterdam 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:11237
- Rb. Overijssel 24 mei 2022, ECLI:NL:RBOVE:2022:1501
- Rb. Midden-Nederland 27 januari 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:564
- Rb. Midden-Nederland 19 november 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:5622