Art. 1c Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, Algemeen
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
Van het verbod, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, wordt ten behoeve van de bestrijding van ziekten, plagen of onkruiden vrijstelling verleend voor het houden van dieren, behorende tot de soorten genoemd in bijlage 6 bij deze regeling, met het oog op de productie van van die dieren afkomstige producten.