Art. 10 Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet, Handel in specimens binnen de Europese Gemeenschap
Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten Flora- en faunawet
1. Met uitzondering van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of het onder zich hebben, geldt een vrijstelling van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet voor:
a. specimens van soorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening, indien een certificaat is afgegeven op grond van artikel 8, derde lid, van de basisverordening;
b. in gevangenschap geboren en gefokte specimens van de in bijlage VIII bij de uitvoeringsverordening genoemde diersoorten en de hybriden daarvan, indien voldaan is aan artikel 32, onderdeel a, bij de uitvoeringsverordening;
c. kunstmatig gekweekte specimens van plantensoorten, genoemd in bijlage A bij de basisverordening;
d. meer dan 50 jaar geleden verkregen bewerkte specimens, genoemd in bijlage A bij de basisverordening, als omschreven in artikel 2, onder w, van de basisverordening.
2. Onverminderd artikel 13, vierde lid, van de wet, geldt met uitzondering van het verbod op het binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen of onder zich hebben, een vrijstelling van de verboden, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de wet voor specimens van soorten, genoemd in bijlage B, C of D bij de basisverordening, indien kan worden aangetoond dat betreffende specimens overeenkomstig het bij of krachtens de wet bepaalde en met inachtneming van de basisverordening en uitvoeringsverordening in Nederland zijn gebracht of verkregen.
3. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn van toepassing, voorzover voldaan is aan de krachtens artikel 18 van het Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten gestelde regels.
4. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op aan de natuur onttrokken specimens van soorten die voorkomen op bijlage IV bij richtlijn 92/43 EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PbEG L 206).
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 12 mei 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM4172
- ABRvS 2 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3667
- Rb. Rotterdam 20 januari 2012, ECLI:NL:RBROT:2012:BV5134
- Rb. Midden-Nederland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4230
- Rb. Midden-Nederland 11 juni 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4228
- Conclusie A-G Keulen 24 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:936
- Conclusie A-G Machielse 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW6875
- Hof Den Haag 18 januari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8791
- Hof Den Haag 18 januari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8790
- Hof Den Haag 18 januari 2013, ECLI:NL:GHDHA:2013:BY8789