Art. 10 Stageverordening 2005, Einde van de stageverplichting
1. De verplichting de praktijk uit te oefenen onder toezicht van een patroon eindigt zodra de duur van de stage op de voet van het bepaalde in artikel 9b van de wet is verstreken en de Raad van Toezicht, gehoord de patroon en de stagiaire, oordeelt dat de stagiaire naar behoren aan de bij of krachtens deze verordening aan hem gestelde eisen heeft voldaan en tevens over voldoende praktijkervaring beschikt.
2. De Raad van Toezicht geeft aan de stagiaire, wiens stageverplichting overeenkomstig het vorige lid is geëindigd een verklaring dat de stage is voltooid.
3. De Raad van Toezicht gaat niet over tot de afgifte van een verklaring als bedoeld in het tweede lid, dan nadat de stagiaire het in artikel 8 derde lid van de wet bedoelde bewijs heeft overgelegd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 1 februari 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV2412
- ABRvS 18 december 2013, ECLI:NL:RVS:2013:2430
- ABRvS 14 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK0122
- ABRvS 17 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2120
- ABRvS 11 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1070
- ABRvS 31 januari 2007, ECLI:NL:RVS:2007:AZ7419
- ABRvS 17 mei 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AX2118
- ABRvS 6 augustus 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AI0792
- Rb. Amsterdam 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:6777