Art. 2 Subsidieregeling scholingsimpuls, Algemene bepalingen

Subsidieregeling scholingsimpuls

1. De minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan een brancheorganisatie die voor eigen rekening en risico een opscholingsproject uitvoert.

2. Voor een opscholingsproject wordt slechts subsidie verstrekt:

a. indien de ontwikkeling van het opscholingstraject wordt uitgevoerd in samenwerking met tenminste een op het gebied van het aanbieden van scholing deskundige derde;

b. indien het opscholingstraject wordt ontwikkeld voor werknemers, die ten minste een opleiding hebben afgerond als bedoeld in artikel 7.2.2., eerste lid, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;

c. indien de kennis, ervaring en resultaten, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 3°, worden vastgelegd in een schriftelijk rapport dat desgevraagd aan een ieder ter beschikking wordt gesteld.

3. Geen subsidie wordt verstrekt:

a. indien het opscholingstraject geen betrekking heeft op de ontwikkeling van een algemene opleiding in de zin van verordening (EG) nr. 68/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op opleidingssteun (PbEG L 10);

b. indien voor het opscholingsproject reeds door de minister subsidie is verstrekt;

c. indien de aanvrager vóór het indienen van de aanvraag ter zake van het opscholingsproject reeds verplichtingen is aangegaan;

d. indien aan de aanvrager reeds tweemaal subsidie is verstrekt op grond van deze regeling.