Art. 2 Nadere regels benoemingsperiode ambtenaren topmanagementgroep

Nadere regels benoemingsperiode ambtenaren topmanagementgroep

In het belang van de dienst kan de benoeming van een ambtenaar in een functie genoemd in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement voor het aflopen van de vastgestelde benoemingsperiode, genoemd in artikel 7, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met de minister wie het mede aangaat, worden beëindigd.