Art. 1 Nadere regels benoemingsperiode ambtenaren topmanagementgroep

Nadere regels benoemingsperiode ambtenaren topmanagementgroep

In het belang van de dienst kan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de minister wie het mede aangaat, aan de ambtenaar die is aangesteld in het ambt van lid van de topmanagementgroep opdragen zijn functie na afloop van de vastgestelde benoemingsperiode, genoemd in artikel 7, vierde lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, gedurende een bepaalde periode te blijven vervullen.