Art. 51 GDW, Schorsing en ontslag

Gerechtsdeurwaarderswet (GDW)

Een gerechtsdeurwaarder of waarnemend gerechtsdeurwaarder is van rechtswege geschorst:

a. wanneer hij rechtens van zijn vrijheid is beroofd;

b. indien hem surséance van betaling is verleend en gedurende zijn faillissement;

c. indien hij onder curatele is gesteld;

d. indien zijn goederen onder bewind zijn gesteld;

e. indien ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard.

Uitspraken die dit artikel aanhalen