Art. 48 Bp2000, Bepalingen voor de reiziger
Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000)
1. De reiziger die het vervoerbewijs waarvan hij moet zijn voorzien desgevraagd ter controle niet toont of overhandigt, is op vordering van de vervoerder de vervoerprijs verschuldigd die geldt voor het traject tussen vertrekpunt en plaats van bestemming van de reiziger.
2. Onverminderd het eerste lid, is de reiziger op vordering van de vervoerder een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag verschuldigd indien hij:
a. niet voldoet aan de in artikel 47, eerste lid, bedoelde verplichting,
b. het vervoerbewijs waarvan hij moet zijn voorzien desgevraagd niet toont of overhandigt,
c. een onbevoegd gewijzigd of anderszins bewerkt vervoerbewijs gebruikt,
d. een vervoerbewijs misbruikt of
e. de controle van vervoerbewijzen belemmert of verhindert.
3. Indien de vervoerder die gelegenheid biedt, betaalt de reiziger het bedrag, bedoeld in het tweede lid, terstond tezamen met de krachtens het eerste lid verschuldigde vervoerprijs.
4. Indien de reiziger de in het tweede en derde lid bedoelde bedragen terstond betaalt, is de vervoerder verplicht een betalingsbewijs af te geven, dat voor zover nodig tevens geldt als vervoerbewijs.
5. Indien de reiziger de in het tweede en derde lid bedoelde bedragen niet terstond betaalt, stelt de vervoerder hem in de gelegenheid deze bedragen alsnog te betalen binnen veertien dagen nadat het feit is geconstateerd. De vervoerder kan aan de reiziger een bewijs verstrekken op grond waarvan deze zijn reis kan aanvangen of voortzetten.
6. Indien de reiziger de in het tweede en derde lid bedoelde bedragen niet binnen de termijn, bedoeld in het vijfde lid, heeft betaald, stelt de vervoerder hem nogmaals in de gelegenheid deze bedragen, verhoogd met een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag aan administratiekosten, te betalen binnen veertien dagen na afloop van de termijn, bedoeld in het vijfde lid.
7. Zodra de reiziger voldoet aan het in het tweede, derde, vijfde of zesde lid bepaalde, vervalt het recht van strafvervolging ter zake van overtreding van artikel 70, eerste lid, van de wet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Conclusie A-G Harteveld 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:360
- HR 15 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4199
- Rb. Overijssel 18 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5234
- Rb. Overijssel 30 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:4087
- Rb. Overijssel 16 juni 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:3631
- Rb. Overijssel 10 maart 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:1264
- Rb. Midden-Nederland 18 februari 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:713
- Rb. Midden-Nederland 10 juni 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3577
- Rb. Midden-Nederland 22 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2150
- Rb. Midden-Nederland 29 april 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1750
- Rb. Midden-Nederland 31 december 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7218
- Rb. Limburg 15 juli 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:6957
- Rb. Gelderland 8 november 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:6231
- Conclusie A-G Vellinga 10 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW1344
- Conclusie A-G Machielse 3 april 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BV7047
- Conclusie A-G Knigge 15 april 2008, ECLI:NL:PHR:2008:BC4199
- HR 3 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7047
- Hof 's-Hertogenbosch 2 november 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BO6869
- Hof 's-Hertogenbosch 1 oktober 2010, ECLI:NL:GHSHE:2010:BN8832
- Hof 's-Gravenhage 1 mei 2007, ECLI:NL:GHSGR:2007:BA4364