Art. 8.18 Wet IB 2001, Alleenstaande ouderenkorting

Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)

1. De alleenstaande ouderenkorting geldt voor de belastingplichtige indien hij in het kalenderjaar in aanmerking komt voor een uitkering als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet, of daarvoor in aanmerking zou komen indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet.

2. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 540.

Uitspraken die dit artikel aanhalen