Rb. Noord-Holland 15 september 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:8259

Artikelen 6.17 en 6.18 Wet IB 2001 en Besluit proceskosten bestuursrecht. Eiseres heeft in 2019 een op maat gemaakte elektrische fiets aangeschaft en zelf betaald. Eiseres heeft voor deze fiets geen vergoeding vanuit de WMO aangevraagd. Partijen zijn het erover eens dat deze fiets aangemerkt kan worden als ander hulpmiddel in de zin van artikel 6.17, eerste lid aanhef en onderdeel b van de Wet IB 2001. De rechtbank oordeelt dat de kosten van de fiets aftrekbaar zijn omdat deze kosten niet kunnen worden aangemerkt als een eigen bijdrage in het kader van de WMO, vergelijk Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:167. Het beroep is gegrond en verweerder wordt veroordeelt tot betaling van de proceskosten. Anders dan verweerder is de rechtbank van oordeel dat wel sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken