Art. 3.59 Wet IB 2001, Doorschuiving of staking door ontbinding huwelijksgemeenschap
Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001)
1. Bij ontbinding van een huwelijksgemeenschap waartoe het vermogen van een onderneming behoort, anders dan door het overlijden van de belastingplichtige, wordt, behoudens voor de toepassing van de desinvesteringsbijtelling, het aandeel in dat vermogen dat op het onmiddellijk daaraan voorafgaande tijdstip krachtens huwelijksvermogensrecht toekomt aan de echtgenoot van de belastingplichtige, geacht op dat tijdstip aan hem aan wie het krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht toekomt, te zijn overgedragen tegen de waarde die daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de bestanddelen van het vermogen van de onderneming waarmee degene aan wie die bestanddelen krachtens erfrecht of huwelijksvermogensrecht toekomen, de onderneming rechtstreeks voortzet of mede voortzet. In dat geval wordt degene die de onderneming rechtstreeks voortzet of mede voortzet voor zijn gedeelte, voor het bepalen van de winst geacht in de plaats te zijn getreden van degene van wie de onderneming rechtstreeks wordt voortgezet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. 's-Gravenhage 5 november 2009, ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4683
- Rb. Gelderland 1 juli 2014, ECLI:NL:RBGEL:2014:3941
- Conclusie A-G Wattel 30 oktober 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1955
- Conclusie A-G Niessen 18 december 2009, ECLI:NL:PHR:2009:BI3660
- Hof Amsterdam 9 februari 2016, ECLI:NL:GHAMS:2016:700
- CRvB 5 augustus 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:3058