Art. 11 Honden- en kattenbesluit 1999, Huisvesting en verzorging
1. Honden en katten worden niet bij elkaar in één binnen- of buitenverblijf gehuisvest.
2. Indien meer dan één hond in de inrichting aanwezig is, worden tenminste twee en ten hoogste 20 honden bij elkaar in één binnen- of buitenverblijf gehuisvest.
3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de huisvesting van katten.
4. Iedere hond of kat heeft in het binnen- of buitenverblijf, tenzij dit om gezondheidsredenen van de hond of kat niet verantwoord is, direct en voortdurend toegang tot een zindelijke drinkgelegenheid waar vers drinkwater voorradig is.