Art. 22 Regeling controleapparaten, Voorschriften voor inbouw, onderzoek en reparatie

Regeling controleapparaten

1. Bij het onderzoek wordt de kenmerkende coëfficiënt, als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I onder d) van Verordening (EEG) nr. 3821/85 bepaald door het berekenen van het aantal omwentelingen of impulsen over 1 kilometer en op het installatieplaatje en op de registerkaart aangeduid met W= ... omw/km, of W= ... imp/km.

2. De effectieve omtrek der wielbanden, als bedoeld in bijlage I, hoofdstuk I onder e) van Verordening (EEG) nr. 3821/85, wordt bepaald door het berekenen van de gemiddelde afstand die door de aangedreven wielen bij een volledige omwenteling wordt afgelegd en op het installatieplaatje en op de registerkaart aangeduid met L= ... m.

3. De kenmerkende coëfficiënten en de effectieve omtrek der wielbanden worden vastgesteld op een aangepaste rollentestbank, een aangepaste remmentestbank of een meetbaan.