Art. 21 Regeling controleapparaten, Voorschriften voor inbouw, onderzoek en reparatie

Regeling controleapparaten

1. Bij het onderzoek wordt de werking gecontroleerd van:

a. de snelheidsmeter;

b. het uurwerk;

c. de verlichting van het controleapparaat;

d. de merkorganen, bedoeld in bijlage I, hoofdstuk III onder 1.3 van Verordening (EEG) nr. 3821/85;

2. Bij het onderzoek wordt de verzegeling gecontroleerd van:

a. het mechanisme van het controleapparaat;

b. de kilometerteller.

3. Een niet goed functionerend of incompleet controleapparaat wordt onverwijld vervangen.