Art. 6a.2 Telecommunicatiewet, Vaststellen van aanmerkelijke marktmacht
1. Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 6a.1, derde of vierde lid, blijkt dat een relevante markt onderscheidenlijk een transnationale markt voldoet aan de criteria, bedoeld in artikel 6a.1, vijfde lid, onderdeel a, stelt de Autoriteit Consument en Markt vast welke ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken, bijbehorende faciliteiten of openbare elektronische communicatiediensten aanbieden, beschikken over een aanmerkelijke marktmacht, en:
a. legt zij ieder van hen, voor zover passend, verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10 of 6a.12 tot en met 6a.15 op;
b. houdt zij eerder opgelegde of in stand gehouden verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in stand indien zij nog steeds passend zijn, of
c. trekt zij eerder opgelegde of in stand gehouden verplichtingen, voor zover zij betrekking hebben op deze markt, in indien zij niet langer passend zijn.
2. De Autoriteit Consument en Markt legt op grond van het eerste lid, onderdeel a:
a. verplichtingen als bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.10 alleen op aan ondernemingen die openbare elektronische communicatienetwerken of bijbehorende faciliteiten aanbieden;
b. verplichtingen als bedoeld in artikel 6a.12 tot en met 6a.15 alleen op, indien de relevante markt onderscheidenlijk transnationale markt een eindgebruikersmarkt is en de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 6a.6 tot en met 6a.11 ontoereikend zijn om daadwerkelijke concurrentie te verwezenlijken of de belangen van eindgebruikers te beschermen.
3. Een verplichting als bedoeld in het eerste lid, is passend indien deze gebaseerd is op de aard van het op de desbetreffende markt geconstateerde probleem en in het licht van de doelstellingen van artikel 1.3 proportioneel en gerechtvaardigd is.
4. Bij de beoordeling of het opleggen van een verplichting om te voldoen aan redelijke verzoeken tot toegang als bedoeld in artikel 6a.6 passend is, houdt de Autoriteit Consument en Markt met name rekening met de factoren, bedoeld in artikel 73, tweede lid, van richtlijn (EU) 2018/1972.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- CBb 7 maart 2016, ECLI:NL:CBB:2016:40
- CBb 17 juli 2014, ECLI:NL:CBB:2014:285
- CBb 18 december 2013, ECLI:NL:CBB:2013:273
- Rb. Rotterdam 11 juni 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:3950
- Rb. Rotterdam 20 maart 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:4935
- CBb 11 september 2018, ECLI:NL:CBB:2018:478
- CBb 10 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:213
- CBb 6 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:560
- Rb. Rotterdam 12 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2901
- Hof Den Haag 1 september 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1733
- CBb 13 januari 2015, ECLI:NL:CBB:2015:4
- Rb. Rotterdam 30 augustus 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:7698
- Rb. Rotterdam 6 april 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2432
- Rb. Rotterdam 18 december 2014, ECLI:NL:RBROT:2014:10188
- Rb. Rotterdam 28 februari 2006, ECLI:NL:RBROT:2006:AY6111
- CBb 17 juli 2017, ECLI:NL:CBB:2017:219
- CBb 3 september 2013, ECLI:NL:CBB:2013:120
- CBb 5 november 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BY2135
- CBb 19 januari 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP1281
- CBb 19 juli 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BB0536