Art. 18 PBW, Bezwaar- en verzoekschriftprocedure
Penitentiaire beginselenwet (PBW)
1. De betrokkene heeft het recht bij Onze Minister een met redenen omkleed verzoekschrift in te dienen strekkende tot:
a. plaatsing in dan wel overplaatsing naar een bepaalde inrichting of afdeling;
b. deelname aan een penitentiair programma.
2. Met een verzoekschrift wordt gelijkgesteld een akkoordverklaring van de gedetineerde met het selectieadvies van de directeur van de inrichting.
3. De artikelen 61, tweede en vierde lid, en 17, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
4. Indien het verzoekschrift, bedoeld in het eerste lid, is afgewezen, kan zes maanden na deze afwijzing opnieuw een dergelijk verzoekschrift worden ingediend.
5. In afwijking van het vierde lid geldt een termijn van twaalf maanden voor verzoekschriften van een betrokkene die is geplaatst in een afdeling intensief toezicht of een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onderdeel d.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Hof Den Haag 21 mei 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:780
- Hof Den Haag 28 september 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:1715
- Rb. 's-Gravenhage 17 maart 2010, ECLI:NL:RBSGR:2010:BM1121
- Rb. 's-Gravenhage 2 maart 2007, ECLI:NL:RBSGR:2007:BA0559
- Rb. 's-Gravenhage 31 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF7768
- Rb. Den Haag 8 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4791
- Rb. Den Haag 15 januari 2020, ECLI:NL:RBDHA:2020:2200
- Rb. Den Haag 20 november 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:14667
- Rb. Den Haag 6 mei 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:7936
- Rb. Den Haag 18 november 2014, ECLI:NL:RBDHA:2014:16001
- Rb. Assen 23 juni 2009, ECLI:NL:RBASS:2009:BJ1745