Art. 8 Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij, Overgedragen bedrijven met een niet representatief aantal varkens in 1994 tot en met 1996

Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij

1. Het varkensrecht van het bedrijf, bedoeld in artikel 7, komt overeen met het bij de melding, bedoeld in artikel 2, aangegeven deel van het aantal varkenseenheden dat wordt bepaald door de som van het grondgebonden mestproductierecht geldend met betrekking tot 1996 en 89% van het met betrekking tot dat jaar geldende niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen te verminderen met achtereenvolgens: en dit verschil te delen door 7,4 kilogram fosfaat.

a. de mestproductie afkomstig van de in 1996 gehouden dieren van andere diersoorten dan varkens en kippen, voorzover deze mestproductie groter is dan het niet-gebonden mestproductierecht voor deze diersoorten geldend met betrekking tot dat jaar,

b. de mestproductie van de in 1996 gehouden kippen, en

c. 10% van het aantal kilogrammen fosfaat, zijnde ten minste nihil, dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te verminderen met de som van a en b,

2. De in het eerste lid bedoelde vermindering met 10% is niet van toepassing op het aantal varkens dat groter is dan het aantal dat wordt bepaald door het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen geldend met betrekking tot 1996 te delen door 7,4 kilogram fosfaat.

3. Indien in 1994, 1995 of 1996 op het bedrijf mestproductie afkomstig van fokzeugen heeft plaatsgevonden, is het fokzeugenrecht gelijk aan het varkensrecht, bedoeld in het eerste lid. Bij gebreke van een dergelijke mestproductie is het fokzeugenrecht nihil, behoudens indien uit paragraaf 5 anders volgt.

4. De artikelen 9 en 10 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op het overeenkomstig deze paragraaf bepaalde varkensrecht, onderscheidenlijk fokzeugenrecht.