Art. 2 WIK, Algemene bepalingen
Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK)
1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. inkomen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand;
b. vermogen: de in aanmerking te nemen middelen, bedoeld in paragraaf 3.4 van de Wet werk en bijstand, met uitzondering van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar;
c. beroepskosten: de kosten ter verwerving van het inkomen als kunstenaar;
d. kinderbijslag: kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de vaststelling van het vermogen noodzakelijk voor de uitoefening van het beroep van kunstenaar.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Noord-Nederland 16 februari 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:437
- Rb. Arnhem 27 maart 2002, ECLI:NL:RBARN:2002:AE1120
- Rb. Amsterdam 26 april 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BA7310
- CRvB 17 oktober 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AZ0298
- CRvB 20 juni 2006, ECLI:NL:CRVB:2006:AX2042
- CRvB 9 september 2003, ECLI:NL:CRVB:2003:AL7027