Art. 4 IJkregeling gasmeters, Algemene bepalingen

IJkregeling gasmeters

1. Gasmeters moeten zijn voorzien van een aanwijsinrichting waarop het volume van het gemeten gas rechtstreeks kan worden afgelezen.

2. De aanwijsinrichting kan zijn:

a. een telwerk, als omschreven in punt I.B.5.1 van de bijlage,

b. een elektromechanische of elektronische aanwijsinrichting als bedoeld in artikel 7, of

c. een combinatie van de onder a en b bedoelde aanwijsinrichtingen.

3. De afleeseenheid van een aanwijsinrichting mag niet groter zijn dan de grootste van de volgende twee waarden:

a. 1 m³;

b. het volume dat gedurende een uur bij een debiet gelijk aan Qmin door de gasmeter stroomt.