Art. 43 Regeling wapens en munitie, Sportschutters en jagers
1. Houders van een verlof tot het voorhanden hebben, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, mogen ten hoogste vijf wapens voorhanden hebben.
2. Houders van een jachtakte, mogen ten hoogste zes wapens voorhanden hebben.
3. Het eerste lid en tweede lid is niet van toepassing op houders van een verlof tot het voorhanden hebben, onderscheidenlijk een jachtakte die aantonen dat zes, respectievelijk zeven, of meer wapens voor hen onontbeerlijk zijn voor de beoefening van de schietsport, onderscheidenlijk de jacht.
4. Een aanvrager van een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Wet, moet in de twaalf maanden voorafgaand aan de aanvraag minimaal achttien schietbeurten verrichten, tenzij het tekort aan schietbeurten de aanvrager van het verlof redelijkerwijs niet kan worden aangerekend.
5. Een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet, ten behoeve van de schietsport wordt alleen verleend voor de wapens en munitie waarmee de sportschutter binnen het verband van zijn schietvereniging, welke voldoet aan de eisen als bedoeld in artikel 43a, een schietsportdiscipline beoefent.
6. Het eerste lid is niet van toepassing op een houder van een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie gedurende het eerste verlofjaar. Deze houder mag ten hoogste een wapen welke geschikt is voor een Olympische schietsportdiscipline voorhanden hebben.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Oost-Brabant 2 oktober 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:4737
- ABRvS 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2326
- Rb. Zeeland-West-Brabant 21 december 2015, ECLI:NL:RBZWB:2015:8410
- ABRvS 28 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:917
- Rb. Noord-Holland 22 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4993
- Rb. Gelderland 12 april 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:1955
- Hof 's-Hertogenbosch 22 augustus 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:2300