Rb. Noord-Holland 22 juni 2016, ECLI:NL:RBNHO:2016:4993

Verweerder heeft ter zitting desgevraagd medegedeeld dat hij tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland- Westbrabant van 21 december 2015 weliswaar hoger beroep bij de Afdeling heeft ingesteld, maar dat hij vervolgens heeft afgezien van het indienen van gronden. Daaraan ligt ten grondslag dat is besloten om het hoger beroep niet door te zetten. Verweerder zal naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant de wet- en regelgeving met betrekking tot de certificering opnieuw onder de loep nemen en waar nodig wijzigen om één en ander te repareren. Nu verweerder zich aldus conformeert aan de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de rechtbank vast dat verweerder het door hem ingenomen standpunt in het bestreden besluit derhalve niet meer onderschrijft. Het bestreden besluit ontbeert dan ook reeds daarom een deugdelijke motivering. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit zal worden vernietigd, nu het is genomen in strijd met het bepaalde in artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verweerder zal worden opgedragen om binnen een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het administratief beroep te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank is van oordeel dat deze zaak vanwege zijn aard zich niet leent voor finale geschilbeslechting

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken