Art. 2 Wvho
Wet veiligheidsonderzoeken (Wvho)
1. Indien een vertrouwensfunctie wordt uitgeoefend bij het Ministerie van Defensie, dan wel indien het een functie betreft die als vertrouwensfunctie moet worden aangemerkt in verband met de daarmee samenhangende noodzaak om toegang te hebben tot militaire installaties, treden, voor de toepassing van het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 10a, tweede lid, Onze Minister van Defensie en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst in de plaats van respectievelijk Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over het wederzijds erkennen van een afgegeven verklaring door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Defensie.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2362
- ABRvS 30 juli 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2840
- Rb. Assen 4 januari 2011, ECLI:NL:RBASS:2011:BO9836
- ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1751
- ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1737
- ABRvS 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3430
- ABRvS 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2320
- ABRvS 31 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2344
- ABRvS 3 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1740
- ABRvS 26 november 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AN8813
- Rb. Utrecht 21 augustus 2007, ECLI:NL:RBUTR:2007:BB2671
- CRvB 7 oktober 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR3648
- CRvB 9 september 2004, ECLI:NL:CRVB:2004:AR2286