Rb. Assen 4 januari 2011, ECLI:NL:RBASS:2011:BO9836

Onderhavige zaak is dusdanig vergelijkbaar met de zaak S. dat verweerder niet in redelijkheid de zaak van eiser anders heeft kunnen beoordelen dan de zaak S. Eiser heeft zijn veroordeling terstond gemeld bij zijn commandant. Na de melding van zijn veroordeling is eiser desalniettemin uitgezonden naar Afghanistan. Bij terugkomst in Nederland is eiser geprezen voor zijn uitstekend functioneren in gevaarlijk gebied en voorgedragen voor een opleiding aan de Koninklijke Militaire School. Een en ander heeft bij eiser de verwachting gewekt dat de veroordeling hem niet zou worden tegengeworpen. Dat de commandant dit niet (aanstonds) conform de regelgeving bij de Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst heeft gemeld, kan eiser niet worden verweten. Met het doen van de melding van zijn veroordeling aan zijn commandant heeft eiser datgene gedaan wat van hem na een veroordeling verwacht wordt. Het uitblijven van een tijdige reactie daarop, en daaraan ontleende verwachting van eiser, komt voor risico van verweerder. In geval van eiser is aldus sprake van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder met overeenkomstige toepassing van artikel 4:84 van de Awb van zijn beleid had moeten afwijken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen