Art. 2 Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen

Warenwetregeling Gebruik van additieven met uitzondering van kleurstoffen en zoetstoffen in levensmiddelen

1. In eet- en drinkwaren mogen uitsluitend aanwezig zijn als stoffen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d tot en met aa, de in de bijlagen I, III en IV genoemde additieven.

2. De in bijlage I genoemde additieven mogen quantum satis zijn toegevoegd aan eet- en drinkwaren, voor zover die eet- en drinkwaren niet zijn genoemd in bijlage II.

3. De in bijlage I genoemde additieven mogen, tenzij in deze regeling anders is bepaald, niet zijn toegevoegd aan:

a. onverwerkte eet- of drinkwaar;

b. honing, bedoeld in het Warenwetbesluit Honing;

c. niet-geëmulgeerde oliën en vetten van dierlijke of plantaardige oorsprong;

d. boter;

e. gepasteuriseerde en gesteriliseerde (inclusief UHT) melk (inclusief volle, halfvolle en magere melk) en volle gepasteuriseerde room;

f. niet-gearomatiseerde met levende fermenten gefermenteerde melkproducten;

g. natuurlijk mineraalwater en bronwater, bedoeld in het Warenwetbesluit Verpakte waters;

h. koffie, met uitzondering van gearomatiseerde oploskoffie, en van koffie-extract als bedoeld in het Warenwetbesluit Koffie- en cichorei-extracten;

i. niet-gearomatiseerde thee;

j. suikers, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit suikers;

k. droge deegwaren met uitzondering van glutenvrije deegwaren of deegwaren voor diëten met een laag proteïnegehalte, in overeenstemming met het Warenwetbesluit Producten voor bijzondere voeding;

l. niet-gearomatiseerde natuurlijke karnemelk, met uitzondering van gesteriliseerde karnemelk;

m. volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding, bedoeld in de Warenwetregeling Zuigelingenvoeding, en eet- en drinkwaren bestemd voor peuters, alsmede de daaraan wat betreft samenstelling identieke eet- en drinkwaren, bestemd voor niet gezonde zuigelingen onderscheidenlijk niet gezonde peuters;

n. de in bijlage II genoemde eet- en drinkwaren.

4. Onverminderd het derde lid mogen de stoffen E290, E938, E939, E941, E942 en E948 aanwezig zijn in de in dat lid genoemde eet- en drinkwaren.

5. Onverminderd het tweede lid zijn de stoffen E410, E412, E415 en E417 niet aanwezig in gedehydrateerde eet- en drinkwaren die rehydrateren bij inname door de eindverbruiker.

6. De stoffen E407, E407a, en E 440 mogen met suikers worden gestandaardiseerd onder de voorwaarde dat dit tezamen met hun nummer en aanduiding wordt vermeld.